Kinderen in de opvang willen kind zijn

“Vrienden komen hier niet, ik wil niet dat zij zien waar ik woon”, zegt een meisje (14) dat in de vrouwenopvang is opgevangen. Een ander meisje (16) zegt: “Als ik mijn moeder vertel wat ik voel en wat ik meegemaakt heb, dan ben ik bang dat zij weer meer zorgen krijgt. Dat wil ik niet. Dus vertel ik het aan mijn hulpverlener. Het voelt veilig om met haar te praten, ik vertrouw haar. Niemand gaat iets weten over wat ik zeg, dat blijft bij haar.”



Twee kinderen die laten zien dat er meer in hen omgaat dan volwassenen wellicht weten. Elk jaar wonen rond de 7.000 kinderen in de vrouwenopvang en de maatschappelijke opvang. Iedereen is het erover eens dat het beter is voor kinderen om gewoon thuis te wonen. Een eigen kamer te hebben, buiten te kunnen spelen en kind te zijn zoals alle andere kinderen. De werkelijkheid is anders.

Tips voor gemeenten

Elk kind in de opvang dient een eigen hulpverleningsprogramma te krijgen dat is afgestemd op de behoefte van het kind en op grond van een deskundige risicoanalyse. Het richt zich onder andere op duurzame veiligheid en het minimaliseren van herhaald slachtofferschap in de toekomst.

Dit zijn onze tips:
Zie kinderen in de opvang als een zelfstandige cliënt.
Faciliteer de opvanginstellingen zodat de basis pedagogische zorg geregeld is.
Evalueer regelmatig samen met de instellingen of het goed gaat met de opvang van de kinderen.

Kindvriendelijk

Het aantal kinderen in de opvang neemt helaas nog niet af. Voor die kinderen is het belangrijk dat het wonen in de opvang zo kort mogelijk is. En echt kindvriendelijk. Wat betekent dat? Het panel Jongeren voor een Veilige Toekomst deed in 2016 een kleinschalig onderzoek onder jongeren in de opvang. Kijk voor de resultaten op www.veiligetoekomst.nl.

Enkele wensen die werden opgetekend:
“We willen graag meer persoonlijke begeleiding. Kunnen praten met iemand over wat wij hebben meegemaakt en wat wij nodig hebben.”
“We wonen vaak best lang in de opvang. Het is fijn als we onze plek ‘eigen’ kunnen maken.”
“We hebben een rustige plek nodig om huiswerk te kunnen maken.”
“Toegang tot up-to-date computers is belangrijk, niet alleen voor contact met vrienden en familie, maar ook voor school.”
“We hebben een goede wifi-verbinding nodig!”

Verschillen per instelling

De wensen die uit het panel komen zijn niet ongewoon. Uit onderzoek blijkt dat er in de meeste instellingen wel aandacht is voor kinderen in de opvang, maar dat het aanbod per instelling verschilt. Dit aanbod is afhankelijk van factoren zoals financiering, methodische aanpak en samenwerkingsmogelijkheden in een regio. Voor instellingen van Federatie Opvang is -met steun van het Fonds Kinderpostzegels- een aparte methodiek voor kinderen, Veerkracht, ontwikkeld. Er is door veel publiciteit in het begin van 2017 een breed maatschappelijk draagvlak voor betere begeleiding van kinderen in de opvang. Regering, gemeenten en opvanginstellingen zijn het daarover eens. Het is hun gezamenlijke opdracht ervoor te zorgen dat elk kind gezien wordt als een onafhankelijke cliënt. Dat houdt onder meer in dat zij een eigen intake krijgen, een actieplan en zorg die daar bij past. Dat de opvang kindvriendelijk is, hoort daarbij. De methodiek Veerkracht wordt daarom verder doorontwikkeld en verspreid. Vraag ernaar bij uw instelling.

“Maar wat zéker is: iedere stap – groot of klein – op weg naar het realiseren van wat nodig is voor kinderen in de opvang, kan in het leven van deze kwetsbare kinderen een groot verschil maken.”

(Kinderpostzegels 2015: boekje ‘Veilige Toekomst’)

naar het menu