• Visie gemeenten op wonen voor ‘spoedzoekers’ ontbreekt nog

    Het Expertisecentrum Flexwonen deed onderzoek naar de woonvisies van de 100 grootste gemeenten in Nederland en een steekproef van de kleinere. Opvallende conclusie is dat de meeste gemeenten zich in hun woonvisie nog niet bewust lijken van de behoefte aan snel toegankelijke, betaalbare woonruimte. Flexwonen is een begrip dat nog nauwelijks voorkomt. Ook de doelgroepen die behoefte hebben aan die woonvormen zijn nog niet goed in beeld. Toch berekende het expertisecentrum dat er in heel Nederland bij zo’n 1,5 miljoen kleine huishoudens vraag naar is.

    Woonvisies
    Woonvisies vormen de basis voor concrete afspraken tussen gemeenten en woningcorporaties. In die prestatie afspraken moet in elk geval aandacht worden geschonken aan bijzondere doelgroepen. Nog lang niet overal worden de doelgroepen uit opvang en beschermd wonen daarin meegenomen. In de onderzochte prestatieafspraken krijgt flexwonen nog weinig aandacht. Flexwonen dreigt daardoor een groeiend ‘grijs circuit’ van de woningmarkt te worden. De behoefte is er, maar wordt door beleidsmakers niet herkend, omdat er geen harde cijfers beschikbaar zijn. Maar die harde cijfers zullen er niet vanzelf komen. Wie snel woonruimte nodig heeft zal zich immers vaak niet melden bij gemeenten of corporaties, omdat de kans dat hij of zij geholpen wordt miniem is. En zo ontstaat een vicieuze cirkel van ‘niet herkennen’ en ‘niet oplossen’.

    De woonvisies onderzocht
    De 100 grootste gemeenten, die zijn onderzocht, hebben vrijwel allemaal (97) een woonvisie opgesteld. Bij enkelen is die inmiddels verouderd en wordt gewerkt aan een geactualiseerde versie. In alle gevallen is de meest actuele versie of een concept daarvan gebruikt. Bij de kleinere gemeenten is vervolgens een steekproef (20) getrokken uit die gemeenten die over een woonvisie beschikken. In enkele gevallen bleek dat een regionale woonvisie te zijn. Dat kan een enigszins geflatteerd beeld opleveren, omdat er regionaal over woonbeleid voor bijvoorbeeld studenten wordt gesproken, die in de betreffende gemeente zelf niet of nauwelijks voorkomen.

    Enkele resultaten uit het onderzoek:

    - Slechts in 4 woonvisies komt het begrip flexwonen voor: Eindhoven, Goeree, Katwijk en Rijswijk. In de steekproef van kleinere gemeenten slechts één maal; in een regionale woonvisie.
    - Begrippen als ‘flexibiliteit’ en ‘flexibele huisvesting’ komen vaker voor, in 27 van de grote gemeenten en in 6 (=30%) van de kleinere, maar vrijwel niet in de betekenis van flexwonen. Het gaat hier veelal om flexibel in te delen woningen, of het ‘levensloopbestendig’ maken van woningen, of in het algemeen om het inspelen op de flexibiliteit in de samenleving.
    -De verschillende doelgroepen van flexwonen komen in veel woonvisies wèl aan de orde. Maar daarmee is nog niet gezegd dat er ook een visie wordt geformuleerd hoe huisvesting van die specifieke doelgroep aandacht moet krijgen.
    -Een integrale visie op de woonoplossingen voor de groepen die genoemd worden ontbreekt veelal.

    Spoedzoekers verdienen eigen plek op woningmarkt
    In het afstudeeronderzoek voor het ministerie van BZK/Wonen ‘Spoedzoekers op de woningmarkt’ (Anton Poelarends, 2015) definieert de auteur spoedzoekers als mensen die een hoge mate van urgentie ervaren om te verhuizen, maar geen urgentieverklaring bij een woningcorporatie kunnen krijgen. Deze groep heeft niet kunnen anticiperen op een gewenste verhuizing, waardoor ze geen wachttijd in een woonruimteverdeelsysteem hebben opgebouwd. Ze kunnen daardoor lastig een woning in de sociale huursector bemachtigen. De auteur concludeert: “Het probleem bij huishoudens die een dringende verhuisreden hebben, is dat ze vaak op zoek zijn naar kleinere woningen. Dit terwijl de kans om te verhuizen bij dergelijke woningen gering is. Het lijkt er dan ook op dat het aanbod aan snel beschikbare betaalbare huurwoningen met 3 of 4 kamers en een woonoppervlak van 50 tot 150 m² zeer gering is, terwijl de vraag groot is. Spoedzoekers zijn daardoor gedwongen om uit te wijken naar duurdere woningen en waarschijnlijk ook naar woningen van particuliere verhuurders. Dit terwijl de meeste spoedzoekers onder de doelgroep van de woningcorporaties vallen. Daarbij hebben corporaties wettelijk een extra verantwoordelijkheid naar mensen die moeilijk een woning kunnen vinden. De spoedzoekers vallen daarmee volledig onder de doelgroep van corporaties, maar blijken in de praktijk hoge drempels te ervaren om een corporatiewoning te bemachtigen.”

    Uit dit onderzoek blijkt dat spoedzoekers over het algemeen op zoek zijn naar kleine woningen voor 1 of 2 personen. De kans op een dergelijke woning is klein. Dit is niet alleen het geval bij de dringend woningzoekenden, maar ook bij de niet-dringend woningzoekenden. De onderzoeker doet dan ook de aanbeveling dat het voor beide groepen van belang is dat er meer kleine woningen worden gerealiseerd.

    Manifest G32 en Aedes
    In juli 2017 publiceerden de G32, VNG en Aedes een oproep aan gemeenten, woningcorporaties en het Rijk op om gezamenlijk werk te maken van het creëren van een voorraad tijdelijke woningen voor iedereen die snel een huis zoekt. Een nieuw woonsegment in aanvulling op de bestaande segmenten koop, sociale huur, vrije markthuur. Een stijgend aantal spoedzoekers heeft (naast statushouders) snel een woning nodig. Het gaat om mensen die wachten op een volgende koopwoning, die in scheiding liggen, die te maken hebben met dakloosheid of huiselijk geweld, zzp’ers met een tijdelijke baan of starters die op zichzelf willen gaan wonen. Naar schatting 10% van de Nederlandse bevolking is op zoek naar snel toegankelijke en betaalbare tijdelijke woonruimte. De reguliere woningmarkt kan hier onvoldoende in voorzien. Een flexibel segment, als aanvulling op het bestaande aanbod huur- en koopwoningen, zou voor de vele spoedzoekers uitkomst bieden. Daarvoor is er erkenning nodig voor de blijvende behoefte aan woningen die je snel een dak boven je hoofd geven en je stimuleren om even later een volgende stap te maken in je leven. Tijdelijke woonruimte als een tussentijds vangnet of voorlopige opstap op de woningmarkt.

Inlog voor leden close
De website van de Federatie Opvang is voor iedereen toegankelijk. Echter, alleen medewerkers van bij de Federatie Opvang aangesloten lidinstellingen hebben toegang tot:
- De besloten items van deze website;
- De ledennieuwsbrieven

Heeft u nog geen account, maar wilt u als lid graag toegang tot dit besloten gedeelte, dan kunt u hier een account aanvragen.

Hieronder kunt u met uw (werk) e-mailadres en bij registratie opgegeven wachtwoord inloggen voor toegang tot de niet-publieke onderdelen van deze website. En vraag hier een nieuw wachtwoord aan.