• Kosten en baten van maatschappelijke re-integratie van ex-gedetineerden

    Wat zijn de kosten en baten van maatschappelijke re-integratie van volwassen en jeugdige (ex-)gedetineerden? Gemeenten bepalen zelf hoeveel tijd, geld en inspanning ze leveren voor de re-integratie van ex-gedetineerde mensen. Het WODC liet de knelpunten van re-integratie in acht gemeenten onderzoeken. Schulden, gebrek aan woningen en gebrekkige informatie-uitwisseling vormen grote belemmeringen voor succesvolle re-integratie.

    Kans op recidive
    De kans op recidive na detentie is groot. Veel ex-gedetineerden kampen met meerdere problemen tegelijk, zoals geen inkomen of woning, psychiatrische problemen en schulden. Jaarlijks komen tussen de 32.000 en 38.000 volwassenen uit detentie. Een derde van hen komt binnen 2 jaar na ontslag opnieuw vast te zitten. De uitstroom van jeugdige gedetineerden (16 tot 23 jaar) nam tussen 2010 en 2015 met een derde af, jaarlijks komen er tussen de 1.000 en 1.800 vrij. De gemiddelde detentieduur van jeugdige gedetineerden die uit detentie stromen, is vergelijkbaar met die bij volwassenen. Ook het recidivepercentage binnen twee jaar is vergelijkbaar. Het grootste deel van de jongeren dat recidiveert, recidiveert binnen twee jaar één keer.

    Re-integratie activiteiten van gemeenten
    De wijze waarop gemeenten hun re-integratieactiviteiten voor volwassen (ex-)gedetineerden organiseren, verschilt per gemeente. Een deel van de acht gemeenten heeft hun re-integratie-inspanningen geheel of gedeeltelijk ondergebracht in het Veiligheidshuis. De samenwerking tussen de personen die zich vanuit de gemeenten en Veiligheidshuizen bezighouden met re-integratieactiviteiten wordt door hen over het algemeen als goed ervaren. De aard van de inspanningen van gemeenten tijdens detentie is verschillend. Gemeenten maken eigen keuzes of zij tijdens of na de detentie hun taken oppakken en of ze actief begeleiding bieden of helemaal niet. De afstand tot de Penitentiaire Inrichtingen (PI’s) waar iemand gedetineerd is speelt een grote rol bij de keuze voor actieve begeleiding. Door sluiting van PI’s worden de afstanden om gedetineerde burgers in de PI te bezoeken groter en dat kost meer tijd en dus meer geld. Hiervoor is geen (extra) geld beschikbaar, waardoor de kwaliteit van de inspanningen onder druk komt te staan voor gedetineerden die verder weg van hun woonplaats gedetineerd zijn.

    Grootste knelpunten

    De hardnekkigste knelpunten van re-integratie zijn de schulden van ex-gedetineerden, gebrekkige informatie-uitwisseling tussen instanties en het gebrek aan woningen. Gemeenten ervaren het gebrek aan samenwerking met aanbieders van woonvoorzieningen in het algemeen en woningcorporaties in het bijzonder, als een gemis. De schuldenproblematiek is de ‘taaiste’ basisvoorwaarde als het gaat om het creëren van oplossingen voor de (ex-)gedetineerde, omdat het lastig is om de omvang van de schulden volledig in kaart te brengen.
    Het ministerie van Veiligheid en Justitie keert geen stimuleringsgelden meer uit voor de aanstelling van een gemeentelijke coördinator nazorg. De aanstelling hiervan is door de terugloop van het aantal gedetineerden onvoldoende lonend voor middelgrote gemeenten. Er zijn echter weer te veel ex-gedetineerden om het noodzakelijke individuele maatwerk te kunnen leveren.

    Nazorg specifiek voor jonge ex-gedetineerden
    In het nazorgbeleid van de acht onderzochte gemeenten doen zich ten aanzien van jeugdige (ex-)gedetineerden vergelijkbare knelpunten voor als bij volwassenen, namelijk een tekort aan geschikte huisvesting en gebrekkige informatie-uitwisseling tussen instanties. Een specifiek knelpunt bij jongeren is dat jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) lang niet altijd herkend worden. Jongeren met een LVB hebben vaak extra zorg nodig en een andere benadering. Vaak zouden zij als ‘niet-willers’ worden behandeld, terwijl het eigenlijk ‘niet-kunners’ zijn.
    Verder geldt ook bij jeugdigen dat gemeenten de nazorg verschillend hebben georganiseerd. Sommige gemeenten hebben een eigen gemeentelijke coördinator jeugd. In andere gemeenten heeft een Gemeentelijke Coördinator Nazorg zowel de volwassen als de jeugdige (ex-)gedetineerden in portefeuille. Weer andere gemeenten laten zich vertegenwoordigen door iemand van het Veiligheidshuis of door een medewerker van een Gecertificeerde Instelling (GI) hiervoor te contracteren. Eén gemeente koopt de diensten in van een GI en is niet betrokken in de uitvoering. In enkele van de acht gemeenten is het aantal jeugdige ex-gedetineerden in de afgelopen jaren dusdanig afgenomen, dat deze gemeenten geen speciaal beleid meer voor deze groep ontwikkelen. Werkwijze en voorzieningen voor jeugdige (ex-)gedetineerden zijn in deze gemeenten in veel gevallen dezelfde als voor de volwassen (ex-)gedetineerden.

    Kosten van re-integratie door gemeenten nog steeds onduidelijk
    De re-integratie van een volwassen gedetineerde tijdens detentie, kostte het Rijk in 2016 gemiddeld 2.200 tot 5.300 euro. Het ligt aan de detentieduur en hoeveel tijd de penitentiair inrichtingswerkers aan de re-integratie besteden. De kosten voor jongeren tijdens detentie liggen veel hoger, tussen 19.000 en 44.000 euro. Er wordt veel meer tijd besteed aan hun integratie. Hoeveel geld de gemeenten besteden aan de re-integratie van (ex-)gedetineerden blijft onduidelijk in dit onderzoek, evenals hoeveel mensen er gebruik van maken. Naar schatting hebben gemeenten in 2015 gemiddeld 780 euro per volwassen (ex-)gedetineerde besteed. Door sluiting van gevangenissen is de afstand om gedetineerden te bezoeken groter. Dat kost dus meer tijd en geld. Voor jongeren is er een normbedrag beschikbaar van het jeugdreclasseringstraject, zo’n 11.000 euro. Er zijn geen gegevens beschikbaar over kosten van jeugdhulp (ggz behandeling, verslavingshulp, begeleiding) in het kader van nazorg.

    Baten van re-integratie
    Harde uitspraken over het maatschappelijk rendement van re-integratie kunnen de onderzoekers niet doen. Zij zien dit onderzoek als een eerste stap. Ook zijn ze gestart met het vergelijken van ex-gedetineerde werklozen en niet-gedetineerde werklozen. Data ontbreken nog of vergelijkingen kunnen moeilijk worden gemaakt. Zoals over kansen op de arbeidsmarkt. Ex-gedetineerden kampen met meer problemen, waardoor zij minder snel een baan vinden dan een gemiddelde werkloze burger. De belangrijkste baten die de onderzoekers missen, zijn besparingen door vermindering van criminaliteit en de hiermee gepaard gaande schade en overlast. Hetzelfde geldt voor de besparingen op andere onderdelen van het justitiële apparaat dan PI’s. Dat geeft dus een onderschatting van de baten. Aan de andere kant is mogeijk sprake van een overschatting van de baten voor mensen die heel kort in detentie zitten.

Inlog voor leden close
De website van de Federatie Opvang is voor iedereen toegankelijk. Echter, alleen medewerkers van bij de Federatie Opvang aangesloten lidinstellingen hebben toegang tot:
- De besloten items van deze website;
- De ledennieuwsbrieven

Heeft u nog geen account, maar wilt u als lid graag toegang tot dit besloten gedeelte, dan kunt u hier een account aanvragen.

Hieronder kunt u met uw (werk) e-mailadres en bij registratie opgegeven wachtwoord inloggen voor toegang tot de niet-publieke onderdelen van deze website. En vraag hier een nieuw wachtwoord aan.