• Kinderombudsman Amsterdam ziet steeds meer dakloze gezinnen

    Anne Martien van der Does, Kinderombudsman van Amsterdam, schrijft in haar Jaarbeschouwing 2016 dat de gemeente en woningcorporaties veel meer moeten doen om te voorkomen dat gezinnen dakloos worden. De gemeente schiet vooral tekort in het vroeg ingrijpen bij schulden om te voorkomen dat gezinnen vanwege huurachterstand hun huis kwijtraken. Er wordt te weinig gekeken naar de behoeften van een gezin. Het aantal gezinnen dat dakloos werd en in de noodopvang belandde, steeg in Amsterdam in 2016 met 30 procent naar 217. Het gaat om 374 kinderen. Nog eens 960 gezinnen dreigen hun huis te worden uitgezet.

    Rondzwerven
    Als een gezin zijn huis kwijt raakt wordt er in eerste instantie vaak voor gekozen de kinderen tijdelijk bij familie of schoolvriendjes onder te brengen. Ouders zwerven dan rond of slapen bij weer andere familieleden op de bank. Naarmate die situatie langer duurt krijgen kinderen er meer last van. Een weekje logeren is leuk, maar daarna speelt heimwee naar de eigen ouders op. Ook ouders zonder woning willen hun kinderen een warm thuis geven en vaak gaat het om ouders die wel in staat zijn om hun kinderen op te voeden en te begeleiden. Die kinderen hebben een woonplek bij hun ouders nodig. Zowel ouders als hulpverleners lijken zich er echter niet van bewust dat kinderen in beginsel het recht hebben om bij hun ouders op te groeien, op grond van artikel 8 van het EVRM en artikel 9 van het IVRK. De Kinderombudsman schrijft dat zij het niet aanvaardbaar acht dat kinderen langer dan strikt noodzakelijk van hun ouders gescheiden worden, alleen maar omdat ze op hun logeeradres veilig zijn.

    Knelpunten
    De belangrijkste bevinding van de Kinderombudsman is dat de gemeente nog steeds sterk verkokerd werkt. Gemeentelijke diensten werken niet of moeizaam samen en het ontbreekt aan slagkracht als er echt iets geregeld moet worden. Op verschillende plekken is men bezig met maatwerkteams, maar die blijven ook beperkt tot de eigen dienst en kunnen geen beslissingen van andere diensten forceren. Dat blijkt vooral in die gevallen dat problemen in het sociaal domein samenhangen met huisvestingsproblemen, wat in Amsterdam helaas vaak het geval is. De filosofie achter de transities in het sociaal domein, dat de gemeente dicht bij de burger staat en daardoor in staat is om te zorgen voor integrale oplossingen voor complexe problematiek bij die burgers, komt daardoor in het gedrang.
    De Kinderombudsman constateert dat het een goede keuze is geweest om haar werk niet te beperken tot kinderen tot 18, aangezien een belangrijk deel van de klachten van kinderen samenhangt met het volwassen worden. Hoe lastig dat kan zijn wordt juist in de overgang naar 18-plus overduidelijk. Dan hebben kinderen immers een inkomen, verzekeringen en woonruimte nodig. Dat gaat niet vanzelf, zo stelt zij vast.

    Gemeenten werken niet samen
    De verkokering valt nog meer op als er samenwerking nodig is buiten de gemeentegrenzen. Gemeenten werken niet samen. Dat speelt regelmatig als speciale vormen van jeugdzorg nodig zijn en kinderen niet in dezelfde gemeente als hun ouders (willen) wonen. Maar ook dakloze gezinnen die elders opnieuw willen beginnen kunnen door Amsterdam niet geholpen worden. Van samenwerking in bijvoorbeeld VNG-verband is haar niet gebleken.

    Regiobinding
    In de jaarbeschouwing is een casus opgenomen van een moeder met twee kinderen die dakloos raakt na een scheiding. Gelukkig kan ze tijdelijk bij oma in Almere logeren. Helaas gaat dit op een gegeven moment niet meer goed. De vrouw en haar kinderen zijn niet meer veilig bij oma. De moeder wil daarom graag opvang krijgen. In Almere is er geen gezinsopvang. Bovendien woont het hele netwerk van de moeder in Amsterdam, hier heeft ze immers haar hele leven gewoond. De gemeente Amsterdam vindt echter dat de vrouw geen regio-binding heeft, omdat zij het laatst in Almere heeft gewoond. Feitelijk werkt het tegen de vrouw dat zij zelf tijdelijk een oplossing heeft kunnen vinden voor haar en haar kinderen. Aan de andere kant is het de praktijk dat gezinnen die zich melden bij de noodopvang eerst wordt gevraagd of zij tijdelijk elders – ook buiten Amsterdam – terecht kunnen. Dat lijkt niet eerlijk. Na interventie door de kinderombudsman kan deze vrouw toch in Amsterdam in de noodopvang terecht met haar kinderen.

    Hierbij tekent de Federatie Opvang aan dat de gemeente Amsterdam in strijd met de Wmo2015 handelt. In de Wmo2015 is het beginsel van landelijke toegang vastgelegd. Dat houdt in dat een aanvraag om opvang of beschermd wonen door iedere ingezetene van Nederland kan worden gedaan in de gemeente van hun keuze. Daarnaast is het hanteren van de eis van regiobinding ook strijdig met het door de gemeente ondertekende convenant over landelijke toegang en het niet langer toepassen van regiobinding.

Inlog voor leden close
De website van de Federatie Opvang is voor iedereen toegankelijk. Echter, alleen medewerkers van bij de Federatie Opvang aangesloten lidinstellingen hebben toegang tot:
- De besloten items van deze website;
- De ledennieuwsbrieven

Heeft u nog geen account, maar wilt u als lid graag toegang tot dit besloten gedeelte, dan kunt u hier een account aanvragen.

Hieronder kunt u met uw (werk) e-mailadres en bij registratie opgegeven wachtwoord inloggen voor toegang tot de niet-publieke onderdelen van deze website. En vraag hier een nieuw wachtwoord aan.